De Polarsteps die ik specifiek niet wilde aanmaken hier dan een soort van toch.

__________________________________________
27-01-2026 – Coffs Harbour – Village Pantry
TELEURGESTELLING? DAT IS DAN TIEN DOLLAR!
“Sorry mevrouw, uw kind heeft zojuist NIET de levensgrote spiderman gewonnen. Ook niet nu hij huilend op de grond ligt te spartelen.
Een dikke week geleden nam ik afscheid van de kermis. Na mijn eerste dienst had ik niet gedacht het lang vol te houden bij het haaien vangen. Het was waarschijnlijk het minst moreel ambitieuze baantje ever.
Gelukkig ben ik niet voor een gat te vangen. De grap in de situatie was snel gevonden en ik heb er alles aan gedaan mijn tijd toch intellectueel te besteden. Spaanse woordjes ophangen, stiekem luisteren naar de meeste mensen deugen van Rutger Bregman, de tafel van 21 uit mijn hoofd leren, mensen kijken en vooral wel oordelen – gezichtstattoo’s en slecht ouderschap. Dat werd mijn niet-wetenschappelijk antropologische onderzoek. Het maakt vier uur niet korter, wel dragelijk.
Ome AirPod in mijn rechteroor soepel en ongezien in mijn zak kunnen verstoppen, heb ik een goed oog ontwikkeld voor mijn mogelijke publiek. De kinderen die net wel over de bak water uitkomen zijn voor mij. Ik volg hun ogen, die twee keer zo groot worden als deze naar de megaspiderman boven mijn hoofd schieten. Sommige ouders zijn scherp, en doen nog een poging het kind af te leiden, op te tillen en mee te slepen. Al is dit meestal het moment waarop moeders weet dat ze verloren heeft. Ze staat op het punt voor minstens 10 dollar een teleurstelling te kopen.
“Blauw of roze?” Het eerste dilemma in mijn experiment. Ik hou het roze en het blauwe netje omhoog voor de twee kids die voor me staan. “Blauw voor het jongetje, roze voor het meisje”, zegt de beer van een vader – tattoo’s tot in zijn nek – opgewekt doch serieus. Een voorzichtige eigen schatting wijst uit dat in 80% van de gevallen een opmerking als deze uit een van de ouders komt. Krijgt het kind wel keuzevrijheid, dan kiest het bijna altijd voor het netje dat ze met hun klamme handjes als eerste te pakken hebben.
Het meisje met het roze netje mag nu drie haaien vangen. Als betrokken medemens vind ik dat jammer. Wat ik wel weet en zij niet, is je voor drie haaien (tien dollar), speelt voor spek en bonen. De uitkomst is altijd hetzelfde. Het is onmogelijk om 50 punten te halen, en dus word ik gedwongen tot hetzelfde toneelstukje.
Eerst vangt het kind veel meer haaien dan drie. Ik kies overduidelijk ‘stiekem’ de drie hoogste getallen uit en verdien zo wat goodwill bij de ouders. Razendsnel tel ik de drie nummers bij elkaar op en onthul het eindresultaat alsof ik Olympisch goud uitreik. Als een stewardess die haar nooduitgangen kenbaar maakt wijs ik naar de kettingen vol knuffels: “U kunt kiezen uit de hangende koeien op links, de slangen in het midden en de krokodillen helemaal aan de andere kant van de kraam.”
Mijn favoriete script, zijn de twee kinderen die voor 20 dollar ieder vier haaien mogen vangen. Grote kans dat zij samen tot 50 punten komen. Mits de ouders niet aansturen op het vangen van alleen maar Bluey’s. Dit Australische tekenfiguur drijft in een donut door het water om de aandacht te trekken, maar levert nauwelijks punten op. Een trucje dat in de praktijk nog beter werkt op volwassenen dan op kinderen.
Bij 50 punten leg ik de opties uit. “Je mag allebei een kleiner knuffeltje kiezen (doet haar stewardessendansje), of jullie combineren de punten en mogen iets kiezen van de onderste rij!” Dat laatste zeg ik extra enthousiast. Nu wordt het leuk.
Aan het gezicht van de drie- en vijfjarige is af te lezen dat ze weinig van de uitslag meegekregen hebben. Hun grijpgrage handjes verdwijnen zo diep in de watertank, dat ze de rest van de avond met kletsnatte mouwtjes rond zullen lopen. Ik vang de blikwisseling op tussen de ouders, die dan razendsnel misbruik maken van hun niet-wetende kinderen. “De lady zegt net dat jullie allebei een klein knuffeltje mogen kiezen, leuk hè!”
Deel drie van mijn experiment is de knuffelkeuze die volgt. Ik doe een stap terug en leun op mijn wagen, wetende dat dit even kan duren. Gespeeld enthousiast probeert moeders haar kind een krokodil te verkopen waarvan de naden actief uit elkaar vallen en het ‘made in China’ label groter is dan het knuffeltje zelf. Het jongetje heeft zijn luisteroren thuisgelaten. Zijn kinnetje komt langzaam omhoog en hij scant al het moois dat boven mijn hoofd hangt. Ik weet wat er nu gaat komen. Daar gaan we.
“Die grote spiderman!” Ja hoor. Moeder lacht als boer met kiespijn. Vader laat moeder zich uit de situatie kletsen. De grote ogen van het kind vullen zich met tranen. Kind stort ter aarde. Moeder duikt er liefkozend bovenop. Ik sta zonder enige verbazing in mijn gezicht naar het tafereel te kijken, als vader zich tot mij richt: “Doe die groene maar.” Het kind wordt onder groot protest in de kinderwagen gezet. De groene krokodil gaat in de bak eronder.
Conclusie van het experiment en tevens van mijn maand op de kermis:
De kermis is een walgelijke plek. Als kind kijk je je ogen uit, want het is ongetwijfeld een eindeloze bron aan lampjes, liedjes, lawaai en andere prikkels. Een kindercasino, waarbij winnen nooit een optie is. Een en al teleurstelling. Tenzij jij de ouders hebt die de mevrouw achter de haaienkraam poeslief aankijken, “hoeveel wil je hebben voor de grote Spiderman?”. Zij zegt dan: “Ik denk dat je met 24 haaien (60 dollar) een heel eind komt.” Als ouder sta je vervolgens verveelt zelf de laatste haaien uit de bak staat te scheppen, omdat je kleuter zich al lang weer in andere prioriteiten gevonden heeft. Had maar voor de krokodil gekozen, denk ik dan. Want nu haal je als ouder alleen maar een groter hoopje troep je huis binnen. Gefeliciteerd met deze megaprijs!
Tot slot: wat maakt Disney goede muziek zeg. Na een maand met dezelfde liedjes op herhaling zing ik Frozen woord voor woord mee.
“It’s funny how some distance, makes everything seem small. And the fears that once controlled me, can’t get to me at all.”
“It’s time to see what I can do. To test the limits and break through. No right, no wrong, no rules for me. I’m free.”
Vind ik tof, en wilde ik nog even kwijt!
__________________________________________
22-01-2026 – Coffs Harbour – The Clog Barn
“WILT U EEN RIETJE BIJ DE COLA? DRUK DAN 1”
“Wil u de cappuccino graag in een mok of in een kopje? Of wilde u de koffie meenemen? Dat kan ook, in drie verschillende maten. Normale full cream melk of een van de andere vijf soorten? Twee suiker zegt u, mag dat rietsuiker zijn of liever kristalsuiker? Half strenght en extra warm, check! Decaf? Heb ik! Geen probleem, ik kom het zo brengen.”
Overdreven? Nergens. Zelfs niet over de verschillende opties voor melk. Naast full cream melk hebben we lactosevrije melk, skim-, amandel-, haver- en soya-melk. En als mijn collegaatje de vraag over de verschillende soorten suiker stelt, begin ik bijna met mijn ogen te rollen. Er staan nog drie andere klanten te wachten om een bestelling te plaatsen. We listen, we don’t judge, zeg ik zachtjes tegen mezelf. Ik ben immers de buitenlander in deze.
Er is meer. Ik leerde voor deze baan tig keuzemenuutjes van buiten. “Wilt u de bananen en maple syrup op een wafel, crêpe of pannenkoek? Wilt u een hele portie of een halve? Die dutch mini pancakes (poffertjes), welke toppings wilt u daarbij? U mag er maximaal vijf kiezen, (maar als u geen boter en poedersuiker kiest is deze ‘Hollander’ een beetje teleurgesteld). Wilt u brood en mosterd bij de kroketten? Kip of rund?” Ik zal voor de gelegenheid maar niet beginnen over de verschillende manieren waarop men een ei kan aanvragen.
De voorbeelden blijven maar komen. “Wilt u oma’s speciale salade? Kiest u dan voor Caesar of Italiaanse dressing? Kip of Garnalen? En macadamia nootjes of amandelen?” Nog steeds niet overdreven, zo staat het echt op de menukaart. In plaats van pro serveerster ben ik deze maanden opgeleid tot langspeelplaat der mogelijkheden. Het is wonderbaarlijke hoe snel ik het normaal ben gaan vinden.
Er is mij in Nederland nog nooit gevraagd hoe groot ik mijn koffie wil hebben. Je bestelt cappuccino en krijgt cappuccino. Heb je nog meer zin in cappuccino? Dan bestel je er nog een.
Wat eten betreft, is de vraag of de spekjes weggelaten kunnen worden, de spannendste die ik durf te stellen – verbeter me als ìk daarin de uitzondering ben. Ik vertrouw erop dat de chef die het menu samenstelt, de ingrediënten koos die samen een ware smaaksensatie zijn. En is er iemand die in Nederland een terras kan aanwijzen waar je zelf mag kiezen HOE je een colaatje op wil drinken? Door een rietje, uit een glas met ijs, datzelfde glas zonder ijs, of zo uit het blikje. Voorbeeld gebaseerd op de situatie hier in Down Under.
Dat brengt mij tot mijn grootste serieuze argument tegen dit systeem. Hoe meer toeters en bellen men aan een koffie toevoegt, en hoe meer ingrediënten van de bacon and egg roll vervangen moeten worden voor anderen, hoe sneller ik de mist in kan gaan. “Doe mij maar de huisgemaakte appeltaart – de rozijnen vis ik er zelf wel uit.” Is veel minder gevoelig voor slordigheden.
Het menu op mijn werk bestaat uit twee gelamineerde, dubbelzijdig gedrukte A4’tjes die van ellende uit elkaar vallen. Om verschillende redenen onpraktisch. Bijvoorbeeld als een klant de tweede helft van het menu pas ontdekt op het moment van bestellen. Of onhandig voor mij, die naast al deze keuzemenu’s ook moest studeren op de correcte manier van het terugzetten van de menukaarten.
In een rustig uurtje op de werkvloer heb ik een idee bedacht voor restaurants hier in Australië (of Amerika als je luistert, schrijf mee!) We schilderen een lijst met alle ingrediënten die in de keuken aanwezig zijn op de muren. Iedere klant krijgt een invulformulier.
Vraag 1: Welke ingrediënten wilt u vandaag tot u nemen?
Vraag 2: Beschrijf – met de klok mee – hoe u deze op uw bord terug wil zien? Tekeningen ter verheldering worden gewaardeerd.
Ter afsluiting van deze klaagzang, de drie meest discutabele bestellingen van de afgelopen maand, ter gevolg van de eindeloze keuzevrijheid in Australische restaurants.
3. Een dirty chai latte (= chai latte met scheut koffie erin), maar met decaf koffie.
2. Een large iced chocolate, met ijs en slagroom, op skim melk. (De mevrouw die de bestelling deed, zag zelf ook wel in dat dit het doel van de ‘diet melk’ een beetje te boven ging.)
1. Lactosefree Linda, die zo vaak met haar veel te specifieke bestelling aan komt zetten, dat ze met deze heerlijke alliteratie een eigen knop in ons systeem kreeg.



__________________________________________
21-01-2026 – Coffs Harbour – Village Pantry
HET ANTWOORD OP…
Tijdens het schrijven van het vorige stuk – Puzzelkampioen – kwam het besef dat ik mezelf behoorlijk tegenwerk. Veel ideeën en aan uitvoering geen gebrek, maar de voldoening zit op een totaal verkeerde plek. Ik haal voldoening uit het maken van het plan, en niet uit de uitvoering ervan. Dat moet anders kunnen. Dat wil ik anders doen.
En dat kan ik. De theorie is me bekend, alleen moet ik net wat meer mijn eigen cheerleader gaan uithangen. In dit stuk probeer ik precies dat te doen. Een opbeurende speech van mij, voor mij. Het positieve antwoord op de Puzzelkampioen. Beginnend met dat waar ik goed in ben – plannen maken. Dit is een knotsgek, groots en fantasierijk plan voor de komende heel veel jaren.
Ik zou graag:
Ik zou graag een huisje op wielen willen. Een camping als standplaats. Naakt onder mijn poncho-handdoek over een nat grasveld teruglopen van het toiletgebouw wil in graag in het dagelijks leven implementeren. Het busje mag oud en versleten zijn. Als het maar rijdt en er een bed in past. Zo wil ik dagelijks de vrijheid voelen om in alle uithoeken van Europa onaangekondigd bij vrienden aan te kloppen. Me gewenst voelen en het fijn hebben. Koud biertje op maandagmiddag in een zo’n campingstoel die je met de armleuningen helemaal plat kan leggen.
Ik zou graag uitzoeken op welke plekken van medialand ik thuis hoor. Waar ik tot mijn recht kom en wat ik eindeloos leuk en belangrijk vind. Daar hoort een netwerk in Nederland bij. Zodat ik weet wie ik waarvoor nodig heb, en waarin daarnaast en idealiter men mij weet te vinden voor de klusjes waar ik goed in ben. Een plek in het medialandschap, waar mijn ideeën als maker naadloos aansluiten op de ideeën van mij als vrije denker. Waarin ik de mensen vind die passen binnen de leefwereld waar ik me thuis voel, deze verrijken en die nieuwe inzichten brengen.
Een tijdje na het Europa-busje wil ik graag een Afrika-landcruiser. Die krijgt een standplaats daar waar natuur en (lokale) community samenkomen. De rust en de chaos. In Afrika, of ieder andere warme plek ver buiten onze ‘perfecte’ westerse samenleving vol regels, stress en voldoen aan de norm. Wellicht een campertje in ieder land dat aan dat profiel voldoet? Hoe vet zou dat zijn! Om te landen, te rusten, en een vrij en puur leven te lijden. Om een hele dag te knutselen, lezen en mijmeren, en daarna weer head-first de journalistiek in te duiken.
Want ik wil dolgraag journalist zijn, maker zijn. Eentje die verhalen uitrolt in het format dat op dat moment passend is. Actiejournalistiek met een antropologische blik, een hoge dosis brutaliteit en een grenzeloze betrokkenheid, zoiets. Laat mij maar van hot naar her rennen. Verhalen maken en later nog eens of vaker terug te keren. Een netwerk van verhalen. Met als ultieme droom me in alle uithoeken van de wereld thuis te voelen.
Ik denk dat ik ook graag reisleider wil blijven. In een andere vorm dan dat ik dat tot nu toe gedaan heb. Mensen door mijn ogen naar de wereld laten kijken. Alle toeristische plekken overslaan en in plaats daarvan focussen op mensen bij elkaar brengen, die normaal ver van elkaar af zouden staan. Culturen verweven en grensoverschrijdende communities stichten.
Ik zou graag kinderen om me heen hebben. Hen opvoeden in een ultiem vrije vorm, dicht bij natuur met eindeloos buitenspelen en avontuur. Waar we in de basis alles wat ons gegeven is blijven bevragen. Niet doen wat ons wordt opgelegd, maar dat wat goed voelt. Om het woord community nog maar eens te gebruiken, voelt het alsof ik op die manier een community kan stichten in de puurste vorm van dat woord.
Ik zou graag de rest van mijn leven gekke sprongen blijven maken. Weliswaar minder consequent dan dat nu gebeurt – iedere vijf jaar in plaats van eens in de 4 weken? Ik wissel inmiddels vaker van levensstijl dan van onderbroek. Maar het avontuur dat dit met zich meebrengt kan en wil ik niet opgeven. Nooit.
Het enige constante is dat alles steeds verandert.
The end. Voor nu.
Volgens mij zijn er drie regels in het tot leven brengen van plannen. In willekeurige volgorde zijn dat:
Spreek je uit. Uitspreken en hard roepen heeft twee voordelen. Alles wat je uit kan spreken is al tig keer concreter dan een vage waas in een koppie. Daarnaast zijn de meeste mensen meedenkers. Hoe meer mensen ergens over nagedacht hebben, hoe groter het netwerk waar je toegang toe krijgt. Er is niks sterker dan samen.
Begin ergens en stop pas als het klaar voelt. Zo werkt het als je een grote puinhoop op moet ruimen die een kamer fysiek onbegaanbaar maakt, maar zo werkt plannen vormgeven ook. Ik geloof dat het meestal niet uitmaakt aan welke kant van de berg met troep je begint, als je maar begint. Dokter alles wat in dienst staat van het plan uit, en begin bij dat wat voor het grijpen ligt.
Hier mag alles. Fantaseren kan altijd en kan groots. Plannen moeten steunen op alle redenen waarom iets wel mogelijk zou zijn, en niet onderuitgehaald worden door dat wat eventueel onhandig zou kunnen uitpakken. Ik vind die uitdaging cool. Een manier vinden om iets wat lijkt op chaos, toch tot leven te brengen. Ambitie moet eigenlijk zo hoog zijn dat je het geen enkele dag van je leven kan waarmaken. Dan zou de creativiteit stoppen. Ben naïef en doe dat bewust. Bewuste naïviteit maakt de wereld rooskleuriger.
Hier staat het dan. Mijn fantasierijke en grootse ideaal. Min of meer een plan. Ik heb het uitgesproken, en ga nu ergens beginnen. Of eigenlijk, ga ik nu ‘ergens’ verder. Want ondanks dat het soms lijkt alsof ik bouw vanuit scratch, ga ik verder bovenop alles wat er na 23 jaar al staat. Wordt vervolgd.
__________________________________________
14-01-2026 – Coffs Harbour – The Clog Barn
PUZZELKAMPIOEN
Stiekem ben ik fanatiek puzzelaar. Doos omkeren, alles op tafel, doorspitten, randjes leggen, op kleur sorteren. Favoriet is dan de serie waarin het eindresultaat niet op de doos bedrukt staat.
Ik kies een avondje google boven ‘Netlix en Chill’, ten alle tijden. Het overdenken van mijn leven is namelijk mijn grote hobby. Om een beeld te schetsen; op een productieve avond kan ik een account aanmaken op een website voor au-pairs, de eerste twee bladzijdes van een nieuw boek schrijven, een sollicitatiebrief de deur uit doen op een positie als skileraar, Wikipedia afstruinen en opzoeken welke opleiding mijn grote voorbeeld in de journalistiek gedaan heeft en tot slot opzoeken hoe ver Cairns wandelen is vanuit Sydney.
Natuurlijk blijven alle tabbladen wagenwijd open staan. Afwachtend op een seintje van het universum dat me vertelt welke stap de juiste is.
Ik leg het laatste stukje. Einde puzzel. Voldoening? Als ik de puzzel goed gelukt vind, zou ik met sterke lijm de stukjes aan elkaar kunnen plakken. Dan ligt deze niet in de weg, maar kan ik ernaar kijken en van genieten. Het hele huis volplakken met puzzels. Dat zou een doel kunnen zijn.
Ik ben geen planner, op zijn Engels uitgesproken. De kans dat ik vanmiddag tijd heb is groter dan dat ik je verzeker de derde dinsdag van de maand mei op je verjaardag te verschijnen.
Nog een keer dat laatste stukje. Einde puzzel. Verveling. Blind gestaart op alle kleuren en vormen. Het plaatje is af terwijl mijn handen nog jeuken. De tafel ligt nu vol, super onhandig. Doos er weer bij. In een snelle handbeweging spatten alle stukjes uit elkaar op het karton.
Ergens in de laatste reisjaren viel het besef dat de mogelijkheden op mijn leeftijd en met mijn achtergrond niet te omvatten zijn. Dat is prima nieuws als je enthousiast wordt van nieuwe plannen en rust vindt in het idee dat het leven morgen weer anders kan zijn. Er kan zo veel en alles wat je doet en wat je laat is een keuze. Mijn leven is een eindeloze zoektocht naar nieuwe mogelijkheden. Opties om iedere vorm van chaos op een nieuwe manier aan te vliegen.
De keerzijde. Bij deze brainstorm zit tegenwoordig een stukje jalousie naar eenieder die ik achterliet in Nederland, en die leeft zonder de constante drang alles ooit onderzocht te hebben. Als ik zou zeggen dat zij in onmogelijkheden denken, klinkt dat behoorlijk negatief en is dat niet helemaal eerlijk. Alleen zou een beperking van de opties in mijn geval geen kwaad kunnen. Content zijn met de situatie, omdat het werkt zoals het werkt en voor een groot deel goed gelukt is. In slaap vallen zonder een nieuw scenario voor het komende seizoen van de serie die zich mijn leven noemt.
Ik begin tegen de uitdagingen aan te lopen. Bedenk van alles, maar zet niks vast. In ieder geval niet voor langer dan een klein tijdje. Dat zou de puzzeltafel oninteressant maken. Zet ik wel iets vast, dan is het automatisch groot en meeslepend. Al schrijvende vanuit Australië moet ik concluderen dat het me niet ontbreekt aan de moed om gekke en grote stappen het diepe in te zetten. Echter zat de puzzeltafel in mijn rugzak. Verslaafd aan de voldoening van de sport.
Deze puzzel is niet plat, met vier hoekjes strakke randjes en precies 1000 stukjes. De puzzel van mijn leven voelt magisch en heeft dimensies die niet op de eettafel passen. Zelfs niet op die grote tafel bij mam thuis, waar we met minstens 12 man roti kunnen eten.
De stukjes van deze puzzel kunnen steeds van kleur veranderen en hebben vormen waar we in de Nederlandse taal geen naam voor hebben. In deze puzzel kan je niet zien of een stukje al dan niet een ander stukje past. Niets is ooit waar het op lijkt. Deze puzzel is onmogelijk en het eindresultaat onwenselijk. Ik haal al mijn voldoening uit het maakproces. Maar loop vast op een vraag. Wat gebeurt er als het me ooit zou lukken een laatste stukje te leggen?
Het overdenken van mijn leven was mijn grote hobby. Tegenwoordig vrees ik dat ik zwaar verslaafd ben. Alleen ken ik geen afkickkliniek voor mensen die dagelijks de drang hebben het hele leven opnieuw en anders in te richten.
__________________________________________
25-12-2025 – Coffs Harbour – The Hoey Moey
WANNABE KERSTREBEL
Ziel onder mijn arm. De wereld staat stil vandaag en ik weet niet waar ik het zoeken moet. Door het gat van de deur en wat palmbladeren lijkt de strakblauwe lucht wit van helderheid. Ik hoor het weer schreeuwen. Voel de hitte! Proef de zon! Ben buiten! Alleen wil lig ik liever de hele dag in bed. Me afzettend tegen alles wat deze dagen zijn en zouden moeten zijn.
‘Merry Christmas’ en ‘Fijne feestdagen’, luidt de familiegroepsapp. ‘Fijne dagen ☀️🦎🌻🏖️’ stuur ik, samen met vier emoticons die precies niks met (Nederlandse) kerst te maken hebben. In de boodschap probeer ik te verhullen dat ik in kerst niet veel meer zie dan in iedere andere dag van het jaar. Al valt te betwisten of dit sluwe verzet opgemerkt zal worden door mijn 80+ oma aan die kant van de familie.
Niet veel meer WIL zien. Moet ik mezelf in bovenstaande alinea trouwens verbeteren.
Het is de vierde keer dat ik de keuze gemaakt heb eind december in het buitenland door te brengen. Het grote doel? Negeren en doen alsof niets me raakt. Eindstand? Ieder jaar doet het me meer. Vooral dit jaar, is er geen enkele afleiding te vinden voor het onpasselijke gevoel dat opspeelt iedere keer dat mij een fijne kerst gewenst wordt, Instagram een heilig en perfect plaatje schetst en Last Christmas door de speakers op werk galmt.
Kerst is ook aan het strand in de zon aan de andere kant van de wereld niet te ontlopen.
Het gesprek over kerst voer ik soms met andere backpackers. Niemand die in december door Australië reist ligt er lang wakker van niet thuis te zijn voor kerst. Toch is iedereen er druk mee. Vanaf de dag dat ik anderhalve maand geleden in Sydney aankwam belande ik midden in kerststress. Niet de stress van kiezen aan welke kant van de familie een kind van gescheiden ouders wel en niet aanschuift voor het kerstdiner. Ook niet de stress van de lijst verboden onderwerpen aan tafel.
Op 12 november werd me al gevraagd of ik een hostel voor de feestdagen geboekt had. De meeste hostels worden namelijk drie keer zo duur en staan het niet toe dat je in- of uitcheckt binnen deze dagen. Zo wordt het van groot belang dat je als hostelhopper tijdig een plekje uitzoekt om jezelf minstens een week te vestigen. (Of je eindigt in een hangmat op straat, een noemenswaardig alternatief dat ik een keer voorbij hoorde komen.) Velen kiezen voor Sydney. Wat er natuurlijk voor zorgde dat ik geen moment overwoog dit voorbeeld te volgen. De duizenden versiersels in de lobby van het eerste hostel dat ik in deze stad binnentrad hielpen ook niet mee.
Het tijdsverschil staat aan mijn kant deze dagen. De feestvreugde in Nederland gaat slapen zodra ik hier aan mijn kop koffie begin. Dat scheelt iets. Zo kan ik mezelf vredig de hele dag afvragen waarom ik me zo klote voel. Deze dag verbindt mens en cultuur, zoals niks anders dat zou kunnen. Ik zie het voor mijn neus gebeuren. Zou het prachtig moeten vinden. En dan toch antwoord ik tijdens het tikken van deze woorden de vraag van mijn buurman met ‘verstoppen’, als hij vraagt hoe mijn dag eruit zal zien.
Kerst is Kut – de podcast is een monoloog dat ik af en toe op mag voeren. Een samenvatting zou de volgende zijn.
Waarom vieren we een feestdag rondom een geloof wat zo goed als iedereen al tijden geleden los lied. Eindeloze tradities zonder logische oorsprong. Verwachtingen en druk, dat alles leuk, mooi en prachtig moet zijn, terwijl er voor mij niets is wat deze dagen als bijzonder bestempelt. Kunnen we geen random woensdag bedenken waarop we met zijn allen uit eten gaan? Ik verkies spontaan feestje zonder dubben boven een geforceerd diner. Bovenal kan iets in mijn beleving alleen maar tegenvallen als er druk op beland.
Wat wordt me eigenlijk gewenst als een onbekende backpacker me hier in het voorbijgaan een Merry Christmas wenst? Op dit moment voelt het als een wens de dag zonder al te veel slag of stoot door te komen. Al weet ik dat waarschijnlijk de hoop uitgesproken wordt dat ik het daadwerkelijk leuk ga hebben. Ik zou het willen proberen, echt. Alleen kan ik de druk niet aan.
‘Niemand hoort met kerst alleen te zijn.’ Een oud reclamespotje op de Nederlandse televisie rond de feestdagen, geloof ik. Voor mij verklaart het iedere vorm van druk die ik rond de feestdagen voel. Ik ben met kerst alleen. Alleen zie ik daar de oorsprong van mijn kutgevoel niet. Ik heb namelijk best lol in mijn sterke mening over kerst. Mijn kerstprotest. Mijn hele eenzame kerstprotest. Want ieder picture perfect kerstplaatje op Instagram laat me voelen dat ik vooral als kerstrebel tot de eenzame soort behoor. En dat is wat raakt.
Het maakt kerst voor mij zo veel groter wordt dan ik volgens mijn eigen podcast de doodnormale donderdag zou moeten zien. Dat doe ik echt zelf, en ik zou er heel snel mee moeten stoppen.
Dit jaar ben ik Wannabe kerstrebel.
Een titel waar ik uit eindelijk vooral mezelf mee heb.
Volgend jaar beter.
Tips zijn welkom.
__________________________________________
11-12-2025 – Coffs Harbour – The Hoey Moey
Een update – Zo gaat dat dan, leven in een hostel
Bijna twee weken geleden streek ik neer in de Hoey Moey, het enige hostel van Coffs Harbour. En wat voor een – het is een heus begrip. Een eenduidige mening over de plek heb ik nog altijd niet gevormd. Dat stelde me in de gelegenheid deze beschouwing te schrijven.
De Hoey Moey is een restaurant met bar en club, waar meerdere avonden per week livemuziek is en je op vrijdag en zaterdag de hele avond en het begin van de nacht uit je bed stuitert van de bas. De kamers van het motel/hostel zijn hier omheen gebouwd.
De kamer telt drie stapelbedden. Mijn medebewoners blijven gemiddeld een of twee nachten logeren. Soms word ik iets voor middennacht wakker gerammeld door het trapje bij mijn voeteneind. Dan blijkt het bed boven mij op het laatste moment toch in gebruik te zijn. Word ik die ochtend wakker, is het bed weer leeg en liggen de lakens als een propje op het gore, gele, kale matras. Coffs Harbour wordt gebruikt als tussenstop van Brisbane naar Sydney.
Het beste bed van de kamer is van mij. Dat mag ook wel, want ik ben de enige vaste bewoner van de dorm. Dat bed ‘won’ ik nadat mijn Nederlandse vriendinnetje van de eerste dagen hier vertrok. Na een flinke koude oorlog met een Duits meisje trok ik aan het langste eind en lig ik er nu prinsheerlijk bij.
Mijn bed staat in een soort inham, waardoor ik bijna een echt gevoel van privacy ervaar. Ik heb zelfs een plankje waar ik mijn boek, laptop en doos met haakspullen op liggen. Een lampje heb ik geïnstalleerd onder het matras boven mij, zodat het mijn hele bed kan verlichten. Ik heb twee manieren ontwikkeld om in mijn hutje te zitten. Vlak voor ik ga slapen zit ik ‘normaal’ met mijn rug tegen het korte eind van het bed, terwijl ik overdag mijn bed als bank beschouw en overdwars zit. In beide situaties dezelfde serie en hetzelfde haakproject of schilderwerk, dat dan weer wel.
Ik heb het enige bed met stopcontacten. Vier stuks zelfs. De rest van de kamer moet wat stopcontacten boven de koelkast delen. Het koelkastje is inmiddels ook onderdeel van mijn inboedel geworden. Er is ook een grote koelkast in de keuken, maar daar probeer ik zo min mogelijk te komen. Het ruikt er naar Amsterdam, de wasbakken staan vol met vuile vaat en de tafels plakken. Zo ontstond de routine waarin ik iedere ochtend de keuken in glip voor een bakje en een lepel, om mijn yoghurtje te bereiden en op te eten op de stoel voor mijn kamer. En zo werd mijn avondeten een divers menu van verschillende salades waarvoor ik slechts eens in de twee dagen tien minuten in de door mij gevreesde keuken door hoef te brengen.
Als ik ‘thuis’ ben laat ik de ‘voordeur’ wagenwijd open staan. We hebben een ventilator die helaas de functie mist om richting mijn plekje te blazen. Zo kan het flink heet worden in de bedstee.
Ook in die bedstee; een stapeltje slecht uitgeknipte twaalf-cijferige codes. Per vijf GB moet ik een nieuwe wificode invullen. Avondje Netflixen betekent dat ik af en toe met mijn dataverbruik geconfronteerd word en van code moet wisselen. Zo kreeg ik de manager van Hoey Moey zover me een heel boekwerk mee te geven.
Bij het voeteneind van het bed hebben mijn packing cubes een plekje, twee handdoeken hangen als een soort gordijntjes aan de stangen van het stapelbed en ook mijn waszak is vakkundig geïnstalleerd. Stiekem hang ik iedere ochtend een T-shirt over het trappetje, zodat het bed boven mij door nieuwe bewoners als laatste wordt gekozen en er zo min mogelijk woelende backpackers boven me slapen.
Een oogopslag in kamer 18 en het is niet te missen dat ik hier het fort bewaak. De eerste dagen in Australië ontdekte ik dat ‘wonen in een hostel’ voor de gemiddelde backpacker met een Working Holiday visum de normaalste zaak van de wereld is. Het werd een blog vol ongeloof en stiekem een beetje afschuw. Al schrijvend van dit stuk verbaas ik me hoe snel ik hierin gerold ben. Hoe snel ik dit normaal ben gaan vindt. Hoe snel een plankje voor mijn boek en een privé stopcontact mij tevreden stelden.
Dat, en een leeg, uitgestrekt en prachtig strand in de achtertuin.


__________________________________________
26-11-2025 – Port Macquarie – Ozzie Pozzie Backpackers
Ik lees, ik haak, ik schilder en leef wat
Ik wacht al bijna twee weken op het overweldigende gevoel dat ik ken uit zo goed als alle eerdere plekken waar ik een tijdje heb gezeten. Geloof me, ik ben net zo bekend met het gevoel van Fernweh, als dat ik het gevoel van Heimwee ken, en weet dat het erbij hoort. De tranen in het vliegtuig naar Kenia, het verdriet uit Suriname, de buikpijn in Amerika en het ultieme rotgevoel uit Zweden.
Maar het is er niet. Sterker nog, ik betrapte mezelf vandaag op een glimlach van oor tot oor terwijl ik in de regen, onder de palmbomen, naar de supermarkt liep. Ik voel me mega rustig. Verdacht rustig, voor de eenzaamheid die er ook is. Ik heb nog geen geweldige baan gevonden, of überhaupt een baan, en heb niet de allermooiste plekken van de wereld gezien. Ook heb ik de sociale knop nog niet gevonden om mensen aan me te binden. Het blijft toch altijd een ongemakkelijk spelletje, een gesprek aanknopen in een nieuw hostel. Niet moeilijk, er zijn zo’n tien standaardvragen waar ik inmiddels prima mee uit de voeten kan. Maar meer dan een avondje kaarten is er nog niet van gekomen.
Ondanks dat er langzaam wat ideeën ontstaan waarin losse plannetjes zich aan elkaar beginnen te koppelen (en ik daar stiekem nog lol in krijg ook), blijf ik de vraag wat mijn plannen zijn stug beantwoorden met een groot vraagteken. Het is het eerlijke antwoord, ook richting mezelf. Ik heb geen idee wat ik hier doe of wat me hierheen trok. Ik heb wat gevoeld, dat gevoel gevolgd. Die filosofie gebruik ik hier nog steeds.
Ik zou de waarschijnlijk meest gestelde vraag ter wereld – hoe gaat het? – momenteel niet in alle eerlijkheid kunnen beantwoorden. Toch is alles hier altijd oké geweest. Ik leef gewoon. Dat is het. Ik wandel over het strand, loop een rondje hard, doe wat boodschappen, schilder, lees, haak, kijk een serie en wandel nog een rondje met een podcast in mijn oren. Ondertussen blijft mijn telefoonscherm de hele dag zwart. Om de simpele reden dat tussen 10 en 17 iedereen die mijn telefoonnummer heeft op een oor ligt. Het voordeel van tijdsverschil waar ik nog nooit iemand over gehoord heb, maar wat ik iedereen zou gunnen.
Er zijn twee situaties die me vervullen met het aller vrijste gevoel dat ik ooit heb mogen meemaken. Eén – met alles wat ik in dit land bezig op mijn rug van plek naar onbekende plek bewegen. En twee – dobberen op een surfbord, de zon op mijn bakkes en blik letterlijk op het oneindige. Ik zou het niet per se reizen willen noemen. Deze beide gevoelens horen op dit moment simpelweg bij mijn dagelijks doen en laten.
‘Australië is een toffe plek voor vakantie, en een geweldige plek om te leven’, leerde ik van de week van iemand die al twee jaar door het land zwerft. Hij heeft gelijk, denk ik zo.
__________________________________________
19-11-2025 Mad Monkey – Sydney
Sim Sydney
Het is absoluut bewonderenswaardig hoe een stad als Sydney zo perfect kan ogen. Ieder hoekje en gaatje van de stad lijkt tot in de puntjes uitgedacht en straalt leven uit. Er is hier een manier gevonden om onwijs veel (verschillende) mensen een plekje te geven in het straatbeeld. Eigenlijk zijn alle bankjes altijd bezet, maar als ik er een zoek duikt er magisch toch nog eentje op. Een grote klodder vogelpoep of alle saus van een frietje zou je dan verwachten op dat enige lege bakje, maar hier heb ik de stad nog nooit op betrapt.
Zowel op het strand als in de vele parkjes kan het krioelen van de mensen. Toch pas ik altijd ergens tussen zonder iemand in mijn aura. In de schaduw of in de zon, altijd een plekje over voor mijn billen in het consequent droge en schone gras.
De parken hier hebben ingebouwde barbecues, die daadwerkelijk de hele dag door gebruikt worden. Kleine hofjes worden versierd met slingers voor het volgende kinderfeestje, of op een lange lage tafel staat een volledig diner uitgestald voor, eigen interpretatie, een babyshower.
Verder heb ik nog nooit een uitpuilende prullenbak gezien. Sterker nog, ik kan me niet heugen dat ik het ergens vies heb gevonden. Het minst schone wat ik hier aantrof is hoogstwaarschijnlijk de lucht van de hostelkamer nadat hier twaalf man een nacht heeft lopen maffen.
De mens in deze (te) perfecte stad is precies wat je na deze stadsomschrijving verwacht. Ik heb er nog nooit een zien chagrijnig. Als je naast de zee woont, het weer altijd mee zit en je het leven iedere dag kan vieren, chillend op je billen in een park of op het strand – staat er in de basis weinig in de weg voor een relaxed en tevreden leven.
De enige andere wereld die er zo perfect uit ziet bestaat in het niet echt. Want ergens halverwege het perfect uitgestippelde wandelpad van Bondi naar Coogee – waar het eveneens zwart ziet van de mensen, maar waar er geheel volgens verwachting altijd een plaats voor mij is, om van het uitzicht over zee te genieten – moest ik concluderen dat de enige plek die in de buurt komt van de stad Sydney, Sim City is.
Welkom in Sim Sydney.
__________________________________________
16-11-2025 Maze Backpackers Hostel – Sydney
HET CONCEPT ‘HOSTEL’ IN SYDNEY
Ik probeer mijn vermogen om overal een antropologisch onderzoek in te zien, een gave te noemen. In het alternatief zou ik namelijk toe moeten geven dat ik wederom een plek heb gevonden waar ik niet helemaal op mijn plek zit. Dan is om me heen kijken en alles wat ik waarneem voor mezelf te duiden, een positievere insteek van dat misplaatste gevoel. Of het verbloemen van.
Hierbij het verslag van dit antropologische onderzoek binnen Maze Backpackers. Een hostel in hartje centrum van de stad, dat bij mijn navraag middelgroot bleek te zijn. Dit terwijl ik het zonder voorkennis al lang als enorm beschouwd had. Wellicht een eenzijdig verhaal van slechts één bron, maar daar gaan we later nog achter komen.
Ik zit aan een lange tafel naar de grote keuken te kijken die helemaal vol staat met hostelgangers die organisch om elkaar heen bewegen. Sommige met oortjes of een koptelefoon, anderen druk in gesprek. Tegen de muur is een grote vakjeskast, met in ieder hokje staat een kleurrijke boodschappentas met naamstikker. Ik stel me zo voor dat dit is wat een Nederlands studentenhuis zou zijn als je huisbazen geen restricties hadden – zes studenten in een kamer waar er nu een inzit, zou in de huidige kamercrisis best een oplossing kunnen bieden.
In alle gezamenlijke ruimtes knalt hier de hele dag popmuziek door de speakers. Dit in combinatie met mijn jetlag maakt dat ik het gesprek aan tafel met mijn kamergenoten amper kan volgen. Mijn kamergenoten, twee Italianen, twee Fransen en een jongen die tot dusver geen woord zei. Ik had de deur amper opengemaakt of ik werd door deze hostelgenoten al blootgesteld aan de vragen waarvan ik aanneem dat ik ze in zo’n setting wel vaker gaan krijgen. ‘Hoe heet je? Waar kom je vandaan? Wat zijn je plannen?’ Het is een scenario dat ik precies zo ooit op een Instagram reel bij iemand zag.
Bij het boeken van de kamer had ik lang getwijfeld hoe veel dagen ik op een plek wilde blijven. Het was mijn eerste en ik had de angst dat het vet tegen zou vallen en ik bij aankomst alweer gillend weg zou willen rennen. Drie nachten zou ik in ieder geval vol moeten kunnen houden. Ik ging ervanuit dat in een hostel dat Backpackers Maze heet, de doorstroom in backpackers groot zou zijn. Mits er ook daadwerkelijk backpackers in het hostel zouden zitten. De koffers onder de bedden van mijn kamergenoten is mijn eerste teken dat ik het wel eens mis kon hebben. Heb ik de memo gemist? Is de backpack om mijn schouders niet meer van deze tijd? Retro?
Het wordt me in ieder geval snel duidelijk dat het voordeel van die koffers is, dat deze mensen minder na hadden hoeven denken wat er uit Europa mee de oceaan over ging. Of wat er hier nog gekocht kon worden. Zo komt een van mijn nieuwe roomies de kamer binnen met nieuwe werkkleding; hij wil in Australië de bouw in. Het zijn vooral de enorme schoenen die me verbazen. Gaat hij dat allemaal meeslepen? Even later komt hij terug de kamer in met de mededeling dat hij een weekje bijgeboekt heeft. Een hele week.
Het onbegrip bij mijn mede-Europeanen over mijn plan snel weer door te trekken uit Sydney, doet me uiteindelijk beseffen waar het verschil tussen ons vandaan komt. Ik zie een hostel als een grote overdekte camping waar je met je trekkerstentje een nachtje komt staan. Al die avonturiers die ik eerder zo nonchalant en soepel door de keuken zag maneuvreren, die met zo veel zelfvertrouwen in de bank van de gezamenlijke ruimte liggen en de ongeschreven regels tot in de puntjes lijken te begrijpen, hebben van deze plek een thuis gemaakt. Dit noem je wonen.
En ik? Ik blijf opzoek naar zij die met mij naar de indoor camping willen. Of outdoor, als het even zou kunnen.
__________________________________________
14-11-25 Hyde Park – Sydney
NA 27 UUR VLIEGTUIGZITTEN
Kwetsbaar en vrij. Dat waren de twee woorden die de eerste minuten van mijn tijd in Sydney door mijn hoofd dartelde. Mijn backpack heb ik zojuist bij het hostel gedropt. Die drie nachten in dit hostel zijnde het enige dat ik vooraf geregeld had. Tot zover de planning en de start van al het onbekende.
Ik had me tijdens de 27 uur vliegtuigzitten voorbereid en verheugd op zo’n ‘gezellig’ wat-moet-je-hier gesprekje met een grote brede man in leger-achtig uniform. Zo haal ik me dat in ieder geval voor de geest van de vele landen waar ik de afgelopen jaren geweest ben. Dat eerste beetje menselijk contact in een nieuw land is me veel waard. Het is een bepaalde spanning in het reizen waar ik op kick. Zoals het verhaal hoe ik nèt wel binnenkwam in Amerika, en er nèt wel weer uit mocht in Sierra Leone. Een nieuwe stempel in mijn paspoort voelt als de ultieme prijsuitreiking.
Sydney gunt me dit pleziertje niet. De grootste zenuwen komen van de onzekerheid of ik al dan niet op tijd bij het toilet ga aankomen. Ik zag niets in de moeite over het Chinese koppel naast mij te klimmen, met als resultaat dat ik die laatste 9 uur niet meer geplast heb en wel te veel cola dronk. Het toilet redde ik net, maar naar mijn gezellige gesprekje en stempel in mijn paspoort kon ik fluiten. Zelfservice betekent dat je het paspoort zelf in de scan mag leggen – tussendoor niet bewegen anders kan je opnieuw beginnen – en dan op de monitor ter grootte van een A4tje net iets te lang naar je duidelijk uitgeputte reisgezicht kan kijken, terwijl de computer checkt of deze slaapkop nog een beetje lijkt op de foto in het paspoort. Gelukkig maar, dat de gemiddelde paspoortfoto er zeer matig uit ziet.
Om aan mijn uitdaging te komen had ik vooraf bar weinig uitgezocht. Maar inchecken voor de trein, de aanschaf van een simkaart en op zoek naar het hostel; het was allemaal veel te makkelijk. Binnen een no-time liep de grote backpack met mij daaronder het ondergrondse treinstation uit en brandden de eerste Australische zonnestralen op mijn zwarte trui. Gebaseerd op de strakblauwe lucht, het briesje en een steady 23 graden bedenk ik dat we dit in Nederland waarschijnlijk de allermooiste dag van het jaar zouden noemen. Dat ik voor een onbepaald tijdje dit mijn nieuwe normaal kan noemen, bevalt me meer dan.
In de broek (en onderbroek, en sokken, en …) waar ik al sinds woensdagochtend in rondhobbel voel ik me kwetsbaar. Alsof alles en iedereen aan me kan ruiken dat dit mijn eerste minuten hier zijn en dat mij alles over dit land nog wijs te maken is. Ook is het waarschijnlijk van me af te lezen dat iedere beweging nog onwennig voelt. Aan de linkerkant de trap oplopen bijvoorbeeld, of de enorme backpack op mijn rug gooien en dan net een beetje te lang doen over het herstellen van mijn evenwicht. Niemand kent me hier en niemand kijkt naar me om.
Met mijn aankomst in Sydney begonnen de uren waarop Nederland ligt te slapen en hier de zon in volle kracht de stad verlicht. Eerder bracht zo’n tijdsverschil me eenzaamheid en kon ik avonden huilen. Vandaag niet. Nu zit ik met mijn laptopje in een klein stadspark waar een voor mij onbekende witte vogel met grote zwarte snavel rond mijn laptop fladdert. Want midden in deze kwetsbaarheid, is het de vrijheid die overheerst. Niks dat moet en alles dat kan.